AZM300B-I2-ST-1P2P-A-T

Artikelnummer: 103010555

Downloads

ePLAN Gegevens
CADENAS CAD-gegevens
Typebenaming van het product:

AZM300(1)-(2)-ST-(3)-(4)-(5)


(1)
ZBewaking van de vergrendeling >
BBewaking van de bedieningssleutel

(2)
zonderStandaardcodering
I1Individuele codering
I2Individuele codering, meerdere keren aanleerbaar

(3)
1P2P1 diagnose-uitgang met p-schakeling en 2 veiligheidsuitgangen met p-schakeling
SD2Pseriële diagnose-uitgang en 2 veiligheidsuitgangen met p-schakeling

(4)
zonderruststroomprincipe
Aarbeidsstroomprincipe

(5)
zonderhulpontgrendeling
NNoodontgrendeling
TPaniekontgrendeling
T 8Paniekontgrendeling, afstand 8,5 mm
Niet alle artikelen volgens dit type-nummer  zijn leverbaar en/of technisch bruikbaar.
  • Meervoudig aanleerbare individuele codering via RFID-technologie
  • Codeerniveau HOOG volgens ISO 14119
  • Aansluitstekker M12, 8-polig
  • arbeidsstroomprincipe
  • Bewaking van de bedieningssleutel
  • Diagnose-uitgang
  • met Paniekontgrendeling
  • hygiënisch design
  • Afdichtingsgraad IP69
  • geschikt voor aanbouw aan profielsystemen
  • Kunststofbehuizing
  • Manipulatiebeveiliging volgens de behoefte dankzij RFID-technologie
  • 3 verschillende bedieningsrichtingen
  • Compacte bouwvorm
  • 3 LEDs ter weergave van de bedrijfsstatus
  • Geschikt voor draai- en schuifdeuren
  • Serieschakeling
  • hulpontgrendeling

Bestelvoorbeeld

Typebenaming van het product

AZM300B-I2-ST-1P2P-A-T

Artikelnummer (bestelnummer)

103010555

EAN (Europees Artikel Nummer)

4030661472522

eCl@ss number, version 12.0

27-27-26-03

eCl@ss number, version 11.0

27-27-26-03

eCl@ss nummer, versie 9.0

27-27-26-03

ETIM number, version 7.0

EC002593

ETIM number, version 6.0

EC002593

Certificeringen - Voorschriften

Certificaten

TÜV

cULus

ECOLAB

FCC

IC

Algemene gegevens

Voorschriften

EN ISO 13849-1

EN ISO 14119

EN IEC 60947-5-3

EN IEC 61508

algemene informatie

Individuele codering, herhaald aanleren mogelijk

Codeerniveau volgens EN ISO 14119

hoog

Werkingsprincipe

RFID

Frequency band RFID

125 kHz

Transmitter output RFID, maximum

-6 dB/m

Materiaal van de behuizing

Kunststof, glasvezelversterkte thermoplast, zelfdovend

Brutogewicht

610 g

Tijd voor operationeel, maximum

5.000 ms

Risicotijd, maximum

200 ms

Reactietijd van de veiligheidsuitgangen in geval van uitschakeling door de actuator, maximaal

100 ms

Reactietijd van de veiligheidsuitgangen bij uitschakeling door de veiligheidsingangen, maximaal

1,5 ms

Algemene gegevens - Eigenschappen

Bewaking van de bedieningssleutel

Ja

Arrêtering

Ja

Paniekontgrendeling

Ja

Kortsluitdetectie mogelijk

Ja

Dwarssluitingsherkenning

Ja

Serieschakeling

Ja

Veiligheidsfuncties

Ja

Geïntegreerde weergave, status

Ja

Aantal veilige digitale uitgangen

2

Classificatie

Normen, voorschriften:

EN ISO 13849-1

EN IEC 61508

Veiligheidsclassificatie - Arrêteerfunctie

Performance Level, tot

e

Sturingscategorie

4

PFH waarde

5,20 x 10⁻¹⁰ /h

PFD waarde

4,50 x 10⁻⁵

Safety Integrity Level (SIL), erin passen

3

Gebruiksduur

20 Jaar (Jaren)

Mechanische gegevens

Mechanische levensduurduur, minimum

1.000.000 schakelingen

Opmerking (mechanische levensduurduur)

bij gebruik als deuraanslag: ≥ 50.000 schakelingen (voor deuren ≤ 5 kg en bedieningssnelheid ≤ 0.5 m/s)

Angular misalignment between solenoid interlock and actuator, maximum

2 °

Blokkeerkracht FZh volgens IOS14119

1.150 N

Blokkeerkracht Fmax, maximum

1.500 N

Latching force, adjustable, position 1

25 N

Latching force, adjustable, position 2

50 N

Uitvoering van de bevestigingsschroeven

2x M6

Tightening torque of the fixing screws, minimum

6 Nm

Aandraaimoment van de bevestigingsschroeven, maximum

7 Nm

Mechanische gegevens - schakelafstanden volgens EN IEC 60947-5-3

Verzekerde inschakelafstand "IN" Sao

1 mm

Verzekerde uitschakelafstand "UIT" Sar

20 mm

Switch distance, typical

2 mm

Mechanische gegevens - Aansluittechniek

aansluitwijze

Aansluitstekker M12, 8-polig, A-gecodeerd

Length of sensor chain, maximum

200 m

Note (length of the sensor chain)

Cable length and cross-section change the voltage drop dependiing on the output current

Note (series-wiring)

Unlimited number of devices, oberserve external line fusing, max. 31 devices in case of serial diagnostic SD

Mechanische gegevens - Afmetingen

Lengte van de sensor

146 mm

Breedte van de sensor

87,5 mm

Hoogte van de sensor

55 mm

Omgevingsvoorwaarden

Afdichtingsgraad

IP67

IP69

IP66

Omgevingstemperatuur, minimum

+0 °C

Omgevingstemperatuur, maximum

+60 °C

Opslag- en transporttemperatuur, minimum

-10 °C

Opslag- en transporttemperatuur, maximum

+90 °C

Relatieve vochtigheid, maximum

93 %

Opmerking (relatieve vochtigheid)

niet-condenserend

geen berijping

Trillingsvastheid volgens EN 60068-2-6

10 … 150 Hz, Amplitude 0,35 mm

schokbestendig

30 g / 11 ms

Beschermklasse

III

Toegelaten opstelhoogte boven NN, maximum

2.000 m

Storage and transport temperature

-10 ... +90 °C

Omgevingsvoorwaarden - Isolatieparameters

Nominale isolatiespanning Ui

32 VDC

Nominale impulsspanningsvastheid Uimp

0,8 kV

Overspanningscategorie

III

Vervuilingsgraad volgens IEC/EN 60664-1

3

Elektrische gegevens

Operating voltage

24 VDC -15 % / +10 %

Note (Power supply, general)

stabilised PELV power supply

No-load supply current I0, maximum

100 mA

Current consumption with magnet ON, average

200 mA

Current consumption with magnet ON, peak

350 mA / 200 ms

Rated operating voltage

24 VDC

Voorwaardelijke nominale kortsluitstroom volgens EN 60947-5-1

100 A

External wire and device fuse rating

2 A gG

Schakelfrequentie, maximum

0,5 Hz

Elektrische gegevens - magneetaansturing IN

Benaming, magneetaansturing

IN

Schakeldrempels

-3 V … 5 V (Low)

15 V … 30 V (High)

Stroomverbruik bij 24 V

10 mA

Magnet switch-on time

100 %

Test pulse duration, maximum

5 ms

Test pulse interval, minimum

40 ms

Classificatie ZVEI CB24I, daling

C0

Classificatie ZVEI CB24I, bron

C1

C2

C3

Elektrische gegevens - Veilige analoge ingangen

Benaming, veiligheidsingangen

X1 en X2

Schakeldrempels

−3 V … 5 V (Low)

15 V … 30 V (High)

Stroomverbruik bij 24 V

5 mA

Test pulse duration, maximum

1 ms

Test pulse interval, minimum

100 ms

Classificatie ZVEI CB24I, daling

C1

Classificatie ZVEI CB24I, bron

C1

C2

C3

Elektrische gegevens - Veilige digitale uitgangen

Benaming, veiligheidsuitgangen

Y1 en Y2

Uitvoering van de schakelelementen

kortsluitvast, p-schakelend

Spanningsval Ud, maximum

2 V

Lekstroom Ir, maximum

0,5 mA

Spanning, gebruikscategorie DC-12

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-12

0,25 A

Spanning, gebruikscategorie DC-13

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-13

0,25 A

Test pulse duration, maximum

0,5 ms

Test pulse interval, typical

1000 ms

Classificatie ZVEI CB24I, bron

C2

Classificatie ZVEI CB24I, daling

C1

C2

Elektrische gegevens - Diagnose-uitgang

Benaming, Diagnose-uitgangen

OUT

Spanningsval Ud, maximum

2 V

Spanning, gebruikscategorie DC-12

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-12

0,05 A

Spanning, gebruikscategorie DC-13

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-13

0,05 A

Statusindicatie

Opmerking (LED-statusindicatie)

Bedrijfstoestand: gele LED

Fout / functiestoring: rode LED

Voedingsspanning UB: groene LED

Contactconfiguratie

Pin 1

A1 Toevoerspanning UB

Pin 2

X1 Veiligheidsingang 1

Pin 3

A2 GND

Pin 4

Y1 Veiligheidsuitgang 1

Pin 5

OUT Diagnose-uitgang

Pin 6

X2 Veiligheidsingang 2

Pin 7

Y2 Veiligheidsuitgang 2

Pin 8

IN magneetaansturing

Leveringsomvang

Leveringsomvang

De bedieningssleutels zijn niet in de levering van de schakelaars inbegrepen.

Toebehoren

Aanbeveling (bediensleutel)

AZ/AZM300-B1

Opmerking

Opmerking (algemeen)

Voor deuren die dicht tegen het deurframe aansluiten kan de optionele montageplaat MP-AZ/AZM300-1 gebruikt worden.

Voor deuren in glas en Makrolon kan de optionele montagekit MS-AZ/AZM300-B1-1 gebruikt worden.

Zolang de bedieneenheid in de veiligheidsvergrendeling ingevoerd blijft, kan de ontgrendelde beschermvoorziening opnieuw vergrendeld worden. De veiligheidsuitgangen worden dan opnieuw ingeschakeld, zodat de beschermvoorziening niet geopend moet worden.

Instructies voor bediening en montage

1 Over dit document

1.1 Functie

Deze bedieningshandleiding geeft u de benodigde informatie voor de montage, inbedrijfneming, veilige werking en de demontage van de veiligheidsschakelaar. Een duidelijk leesbare kopie van de bedieningshandleiding moet altijd in de directe nabijheid van het product bewaard worden.

1.2 Doelgroep van de bedieningshandleiding: gemachtigd personeel

Alle activiteiten die in deze bedieningshandleiding beschreven worden, mogen uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel, dat hiertoe gemachtigd is door de eigenaar van de machine of installatie, uitgevoerd worden.

Zorg ervoor dat u de bedieningshandleiding gelezen heeft en begrijpt voordat u het component installeert en in werking stelt.

Bij de keuze en inbouw van de componenten en bij hun integratie in de besturing moet de machinebouwer rekening houden met de normbepalingen en hun eisen.

Alle vermeldingen zijn vrijblijvend en zonder enige contractuele verbintenis. Technische wijzigingen voorbehouden.

1.3 Gebruikte symbolen

  • Informatie, tip, opmerking: Dit symbool markeert nuttige extra informatie.
  • Voorzichtig: Het niet-naleven van deze waarschuwing kan tot storingen, een foutieve werking of defecten leiden.
    Waarschuwing: Het niet-naleven van deze waarschuwing kan tot lichamelijke verwondingen en/of materiële schade aan de machine tot gevolg hebben.

1.4 Correct gebruik

De Schmersal productseries zijn niet bedoeld voor privégebruik, noch voor particuliere consumenten.

De hier beschreven producten werden ontwikkeld om veiligheidsrelevante functies uit te voeren als onderdeel van een volledige machine of installatie. De bouwer van een machine of installatie is verantwoordelijk voor de correcte werking van het geheel.

De veiligheidscomponent mag uitsluitend voor de door de fabrikant toegestane toepassingen en doeleinden gebruikt worden. Gedetailleerde informatie over het toepassingsgebied vindt u in het hoofdstuk "Productbeschrijving".

1.5 Algemene veiligheidsinstructies

De gebruiker moet de veiligheidsinstructies van deze bedieningshandleiding alsmede de nationale installatienormen en de geldende veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften in acht nemen.

  • Aanvullende technische informatie vindt u in de Schmersal catalogi of in de online catalogus: products.schmersal.com.

2 Productbeschrijving

2.1 Typenschlüssel

Typebenaming van het product:

AZM300(1)-(2)-ST-(3)-(4)-(5)

(1)
ZBewaking van de vergrendeling >
BBewaking van de bedieningssleutel
(2)
zonderStandaardcodering
I1Individuele codering
I2Individuele codering, meerdere keren aanleerbaar
(3)
1P2P1 diagnose-uitgang met p-schakeling en 2 veiligheidsuitgangen met p-schakeling
SD2Pseriële diagnose-uitgang en 2 veiligheidsuitgangen met p-schakeling
(4)
zonderruststroomprincipe
Aarbeidsstroomprincipe
(5)
zonderhulpontgrendeling
NNoodontgrendeling
TPaniekontgrendeling
T 8Paniekontgrendeling, afstand 8,5 mm

2.2 Speciale versies

Voor speciale versies die niet in de typesleutel vermeld worden, gelden de vermeldingen hiervoor en hierna, voor zover zij overeenstemmen met de serieversies.

2.3 Bestemming en gebruik

De contactloos werkende elektronische veiligheidsschakelcomponent is ontworpen voor gebruik in veiligheidscircuits en dient voor de positiebewaking en vergrendeling van bewegende beschermvoorzieningen.

  • De veiligheidsschakelcomponenten zijn volgens EN ISO 14119 als type 4 vergrendelvoorzieningen geclassificeerd. Uitvoeringen met individuele codering zijn als hoog gecodeerd ingedeeld.

De verschillende varianten van de component kunnen als veiligheidsschakelaar met vergrendelfunctie of als veiligheidsvergrendeling gebruikt worden.

  • Wanneer op basis van de risicoanalyse een veilig bewaakte veiligheidsvergrendeling vereist is, moet een variant met bewaking van de vergrendeling, in de bestelsleutel gekenmerkt door het symbool >, worden gebruikt.
    Bij de variant met bewaking van de bediensleutel (B) gaat het om een veiligheidsschakelaar met vergrendelfunctie voor de bescherming van het proces.

De veiligheidsfunctie bestaat uit het veilig uitschakelen van de veiligheidsuitgangen bij het ontgrendelen of het openen van de beschermvoorziening en het behouden van de uitgeschakelde toestand van de veiligheidsuitgangen zolang de beschermvoorziening geopend of ontgrendeld blijft.

  • Omdat bij spanningsuitval of het bedienen van de hoofdschakelaar de beschermvoorziening onmiddellijk geopend kan worden, mogen de veiligheidsvergrendelingen met arbeidsstroomprincipe alleen in uitzonderlijke gevallen na precieze inschatting van het ongevallenrisico gebruikt worden.
Serieschakeling
Het toepassen van een serieschakeling is mogelijk. Bij een serieschakeling blijft de risicotijd ongewijzigd en verhoogt de reactietijd met de som van de in de technische gegevens opgegeven reactietijd van de ingangen per bijkomend toestel. Het aantal componenten wordt uitsluitend beperkt door de kabelverliezen en door de externe kabelbescherming, volgens de technische gegevens. Een serieschakeling van toestellen met seriële diagnosefunctie is mogelijk tot een maximum van 31 componenten.
  • De gebruiker moet het veiligheidscircuit evalueren, ontwerpen en opbouwen volgens de van toepassing zijnde normen en afhankelijk van het vereiste veiligheidsniveau. Als meerdere veiligheidssensoren deelnemen aan eenzelfde veiligheidsfunctie, moeten de PFH waarden van de individuele componenten opgeteld worden.
  • Het volledige concept van de besturing, waarin de veiligheidscomponent geïntegreerd wordt, moet gevalideerd worden volgens de relevante normen.

2.4 Waarschuwing voor foutief gebruik

  • Bij ondeskundig of niet-correct gebruik of manipulaties kunnen bij gebruik van de component mogelijke gevaren voor personen of schade aan machine- of installatieonderdelen niet uitgesloten worden. Bij naleving van de veiligheidsinstructies en de instructies voor montage, inwerkingstelling, bediening en onderhoud zijn geen restrisico's bekend.

2.5 Uitsluiting van aansprakelijkheid

Wij zijn niet aansprakelijk voor schade en bedrijfsstoringen die voortvloeien uit montagefouten of het niet naleven van deze bedieningshandleiding. Voor schade die ontstaat vanwege het gebruik van reserveonderdelen of toebehoren, die niet door de fabrikant toegelaten zijn, is iedere vorm van aansprakelijkheid van de fabrikant uitgesloten.

Om veiligheidsredenen is het eigenhandig herstellen, ombouwen of veranderen van het component uitdrukkelijk verboden. Iedere eigenmachtig uitgevoerde reparatie, ombouw of verandering is uit veiligheidsoogpunt niet toegestaan, en ontslaat in voorkomend geval de fabrikant van elke aansprakelijkheid en/of daaruit voortvloeiende schade.

2.6 Technische gegevens

Certificeringen - Voorschriften

Certificaten

TÜV

cULus

ECOLAB

FCC

IC

Algemene gegevens

Voorschriften

EN ISO 13849-1

EN ISO 14119

EN IEC 60947-5-3

EN IEC 61508

algemene informatie

Individuele codering, herhaald aanleren mogelijk

Codeerniveau volgens EN ISO 14119

hoog

Werkingsprincipe

RFID

Frequency band RFID

125 kHz

Transmitter output RFID, maximum

-6 dB/m

Materiaal van de behuizing

Kunststof, glasvezelversterkte thermoplast, zelfdovend

Brutogewicht

610 g

Tijd voor operationeel, maximum

5.000 ms

Risicotijd, maximum

200 ms

Reactietijd van de veiligheidsuitgangen in geval van uitschakeling door de actuator, maximaal

100 ms

Reactietijd van de veiligheidsuitgangen bij uitschakeling door de veiligheidsingangen, maximaal

1,5 ms

Algemene gegevens - Eigenschappen

Bewaking van de bedieningssleutel

Ja

Arrêtering

Ja

Paniekontgrendeling

Ja

Kortsluitdetectie mogelijk

Ja

Dwarssluitingsherkenning

Ja

Serieschakeling

Ja

Veiligheidsfuncties

Ja

Geïntegreerde weergave, status

Ja

Aantal veilige digitale uitgangen

2

Classificatie

Normen, voorschriften:

EN ISO 13849-1

EN IEC 61508

Veiligheidsclassificatie - Arrêteerfunctie

Performance Level, tot

e

Sturingscategorie

4

PFH waarde

5,20 x 10⁻¹⁰ /h

PFD waarde

4,50 x 10⁻⁵

Safety Integrity Level (SIL), erin passen

3

Gebruiksduur

20 Jaar (Jaren)

Mechanische gegevens

Mechanische levensduurduur, minimum

1.000.000 schakelingen

Opmerking (mechanische levensduurduur)

bij gebruik als deuraanslag: ≥ 50.000 schakelingen (voor deuren ≤ 5 kg en bedieningssnelheid ≤ 0.5 m/s)

Angular misalignment between solenoid interlock and actuator, maximum

2 °

Blokkeerkracht FZh volgens IOS14119

1.150 N

Blokkeerkracht Fmax, maximum

1.500 N

Latching force, adjustable, position 1

25 N

Latching force, adjustable, position 2

50 N

Uitvoering van de bevestigingsschroeven

2x M6

Tightening torque of the fixing screws, minimum

6 Nm

Aandraaimoment van de bevestigingsschroeven, maximum

7 Nm

Mechanische gegevens - schakelafstanden volgens EN IEC 60947-5-3

Verzekerde inschakelafstand "IN" Sao

1 mm

Verzekerde uitschakelafstand "UIT" Sar

20 mm

Switch distance, typical

2 mm

Mechanische gegevens - Aansluittechniek

aansluitwijze

Aansluitstekker M12, 8-polig, A-gecodeerd

Length of sensor chain, maximum

200 m

Note (length of the sensor chain)

Cable length and cross-section change the voltage drop dependiing on the output current

Note (series-wiring)

Unlimited number of devices, oberserve external line fusing, max. 31 devices in case of serial diagnostic SD

Mechanische gegevens - Afmetingen

Lengte van de sensor

146 mm

Breedte van de sensor

87,5 mm

Hoogte van de sensor

55 mm

Omgevingsvoorwaarden

Afdichtingsgraad

IP67

IP69

IP66

Omgevingstemperatuur, minimum

+0 °C

Omgevingstemperatuur, maximum

+60 °C

Opslag- en transporttemperatuur, minimum

-10 °C

Opslag- en transporttemperatuur, maximum

+90 °C

Relatieve vochtigheid, maximum

93 %

Opmerking (relatieve vochtigheid)

niet-condenserend

geen berijping

Trillingsvastheid volgens EN 60068-2-6

10 … 150 Hz, Amplitude 0,35 mm

schokbestendig

30 g / 11 ms

Beschermklasse

III

Toegelaten opstelhoogte boven NN, maximum

2.000 m

Storage and transport temperature

-10 ... +90 °C

Omgevingsvoorwaarden - Isolatieparameters

Nominale isolatiespanning Ui

32 VDC

Nominale impulsspanningsvastheid Uimp

0,8 kV

Overspanningscategorie

III

Vervuilingsgraad volgens IEC/EN 60664-1

3

Elektrische gegevens

Operating voltage

24 VDC -15 % / +10 %

Note (Power supply, general)

stabilised PELV power supply

No-load supply current I0, maximum

100 mA

Current consumption with magnet ON, average

200 mA

Current consumption with magnet ON, peak

350 mA / 200 ms

Rated operating voltage

24 VDC

Voorwaardelijke nominale kortsluitstroom volgens EN 60947-5-1

100 A

External wire and device fuse rating

2 A gG

Schakelfrequentie, maximum

0,5 Hz

Elektrische gegevens - magneetaansturing IN

Benaming, magneetaansturing

IN

Schakeldrempels

-3 V … 5 V (Low)

15 V … 30 V (High)

Stroomverbruik bij 24 V

10 mA

Magnet switch-on time

100 %

Test pulse duration, maximum

5 ms

Test pulse interval, minimum

40 ms

Classificatie ZVEI CB24I, daling

C0

Classificatie ZVEI CB24I, bron

C1

C2

C3

Elektrische gegevens - Veilige analoge ingangen

Benaming, veiligheidsingangen

X1 en X2

Schakeldrempels

−3 V … 5 V (Low)

15 V … 30 V (High)

Stroomverbruik bij 24 V

5 mA

Test pulse duration, maximum

1 ms

Test pulse interval, minimum

100 ms

Classificatie ZVEI CB24I, daling

C1

Classificatie ZVEI CB24I, bron

C1

C2

C3

Elektrische gegevens - Veilige digitale uitgangen

Benaming, veiligheidsuitgangen

Y1 en Y2

Uitvoering van de schakelelementen

kortsluitvast, p-schakelend

Spanningsval Ud, maximum

2 V

Lekstroom Ir, maximum

0,5 mA

Spanning, gebruikscategorie DC-12

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-12

0,25 A

Spanning, gebruikscategorie DC-13

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-13

0,25 A

Test pulse duration, maximum

0,5 ms

Test pulse interval, typical

1000 ms

Classificatie ZVEI CB24I, bron

C2

Classificatie ZVEI CB24I, daling

C1

C2

Elektrische gegevens - Diagnose-uitgang

Benaming, Diagnose-uitgangen

OUT

Spanningsval Ud, maximum

2 V

Spanning, gebruikscategorie DC-12

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-12

0,05 A

Spanning, gebruikscategorie DC-13

24 VDC

Stroom, gebruikscategorie DC-13

0,05 A

Statusindicatie

Opmerking (LED-statusindicatie)

Bedrijfstoestand: gele LED

Fout / functiestoring: rode LED

Voedingsspanning UB: groene LED

Contactconfiguratie

Pin 1

A1 Toevoerspanning UB

Pin 2

X1 Veiligheidsingang 1

Pin 3

A2 GND

Pin 4

Y1 Veiligheidsuitgang 1

Pin 5

OUT Diagnose-uitgang

Pin 6

X2 Veiligheidsingang 2

Pin 7

Y2 Veiligheidsuitgang 2

Pin 8

IN magneetaansturing

Opmerkingen met betrekking tot de veiligheidsclassificatie

  • De veiligheidsclassificatie van de arrêteerfunctie is uitsluitend geldig voor standaardtoestellen met bewaakte arrêteerfunctie AZM300Z-...-1P2P-... (cf. typesleutel). Een veiligheidsclassificatie van de vergrendelfunctie voor toestellen met seriële diagnose "SD2P" is omwille van de niet-veilige vergrendel-/ontgrendelsignalen door de SD-Gateway niet toegelaten.
  • Als in een toepassing de veiligheidsvergrendeling met ruststroomprincipe niet kan gebruikt worden, kan voor dit uitzonderingsgeval een veiligheidsvergrendeling met arbeidsstroomprincipe gebruikt worden, mits bijkomende veiligheidsmaatregelen getroffen worden, die voor een gelijkwaardig veiligheidsniveau zorgen.
  • De veiligheidsclassificatie van de arrêteerfunctie heeft betrekking op de component veiligheidsvergrendeling AZM binnen de volledige installatie.
    De klant moet verdere maatregelen, zoals een veilige aansturing en een veilige kabelplaatsing met het oog op de uitsluiting van fouten voorzien.
    Als zich een storing voordoet, waaruit het ontgrendelen van de arrêteerfunctie voortvloeit, wordt dit door de veiligheidsvergrendeling herkend en worden de veiligheidsuitgangen Y1/Y2 veilig uitgeschakeld. Door het optreden van een dergelijke storing zou de veiligheidsdeur onmiddellijk en eenmalig geopend kunnen worden voordat de veilige toestand van de machine bereikt wordt. Het systeemgedrag van categorie 2 laat toe, dat tussen de tests het optreden van een storing tot het verlies van de veiligheidsfunctie kan leiden en het verlies van de veiligheidsfunctie door de test herkend wordt.
  • De aansturing van de veiligheidsvergrendeling moet extern met de OSSD vrijgave vergeleken worden; Als zich hier een uitschakeling door een ongebruikelijke ontgrendeling voordoet, wordt dit door de externe diagnose gedekt. Als zich hier een uitschakeling door een ongebruikelijke ontgrendeling voordoet, wordt dit door de externe diagnose gedekt.

UL-opmerking

  • Dit toestel is voorzien voor de stroomtoevoer door een in de lijst vermelde bron met beperkte spanning, beperkte stroom of van klasse 2. Dit toestel moet via een in de de lijst vermelde kabel-/connectormodule (CYJV) worden gevoed met minstens 24V gelijkstroom en 0,8 A.

FCC/IC - Opmerking

This device complies with Part 15 of the FCC Rules and contains licence-exempt transmitter/receivers that are compliant with ISED (Innovation, Science and Economic Development) Canada licence-exempt RSS standard(s).
Operation is subject to the following two conditions:
(1) This device may not cause harmful interference signals, and
(2) This device must be able to tolerate interference signals. These also include interference signals that could cause the device to function improperly.
This device complies with the nerve stimulation limits (ISED SPR-002) when operated at a minimum distance of 100 mm. Changes or modifications not expressly approved by K.A. Schmersal GmbH & Co. KG could void the user's authority to operate the equipment.

The licence-free transmitter/receiver contained in this device satisfies the requirements of the "Radio Standards Specification" of the Innovation, Science and Economic Development Canada (ISED) authority that apply to licence-free radio equipment. Operation is permissible under the following two conditions:
(1) The device must not create disturbances.
(2) The device must tolerate received radio frequency interference, even if this could impair its functionality.
This device complies with the nerve stimulation limits (ISED CNR-102) when operated at a minimum distance of 100 mm.
In the event of changes or modifications that have not been expressly approved by K.A. Schmersal GmbH & Co. KG, the user's authorisation to use the device may become ineffective.

3 Montage

3.1 Algemene montage-instructies

  • Neem ook de opmerkingen van de normen EN ISO 12100, EN ISO 14119 en EN ISO 14120.

De veiligheidsvergrendeling en de bediensleutel zijn voorzien van telkens twee bevestigingsgaten voor M6 schroeven (aandraaimoment: 6 … 7 Nm).

De plaats van montage is willekeurig. Het systeem mag uitsluitend gebruikt worden mits een hoek van ≤ 2° tussen de veiligheidsvergrendeling en de bediensleutel aangehouden wordt.

  • De veiligheidsvergrendeling kan als aanslag gebruikt worden. Afhankelijk van de deurmassa en de bedieningssnelheid kan de mechanische levensduur verkorten.

Montage veiligheidsvergrendeling en bediensleutel
Zie bedieningshandleiding van de bediensleutel in kwestie

  • De bediensleutels moeten via geschikte maatregelen (gebruik van eenwegschroeven, lijmen, uitboren van de schroefkoppen, borgen met pennen) onlosmakelijk aan de beschermvoorziening bevestigd worden en tegen verschuiven beveiligd worden.

Bedieningsrichtingen

De afbeeldingen tonen een gesloten beschermvoorziening met een ingestelde arrêteerkracht van 50 N (zie ook hoofdstuk "Instelling van de arrêteerkracht").

  • Zorg ervoor dat de bediensleutel voldoende in het draaikruis grijpt.

Juist

Fout

Om een wederzijdse beïnvloeding en een reductie van de schakelafstanden te vermijden, moeten de volgende opmerkingen in acht genomen worden:

  • De aanwezigheid van metalen delen in de nabijheid van de veiligheidsschakelcomponent kan de schakelafstand beïnvloeden.
  • Houd metaalspanen uit de buurt van de sensor en de bediensleutel

Minimumafstand tussen twee veiligheidsvergrendelingen
of andere systemen met dezelfde frequentie (125 kHz)

De minimumafstand van metalen bevestigingsoppervlakken ten opzichte van de kopzijde "A" en de onderkant "B" van het apparaat bedraagt 5 mm.

3.2 hulpontgrendeling

Voor het opstellen van de machine kan de veiligheidsvergrendeling spanningsloos ontgrendeld worden. Draai de hulpontgrendeling in positie q om de veiligheidsvergrendeling te ontgrendelen. De normale functie wordt pas hersteld nadat de hulpontgrendeling terug in haar uitgangspositie p gedraaid is.

Opgelet: niet over de aanslag heen draaien!

Legende
A: Inbouwstekker M12, 8-polig
B: LED-aanduiding
C1: Hulpontgrendeling via sleufschroevendraaier
C2: Hulpontgrendeling via driekantsleutel TK-M5

Na de inbedrijfname moet de hulpontgrendeling tegen onopzettelijke bediening worden beveiligd, bijvoorbeeld met behulp van de meegeleverde verzegeling.

3.3 Paniekontgrendeling -T/-T8 of Noodontgrendeling -N

Bij de varianten met paniekontgrendeling en noodontgrendeling is de hendel los bijgevoegd. De hendel moet voor de eerste inbedrijfname met de meegeleverde schroef zodanig op de driekant van de ontgrendeling worden gemonteerd, dat de pijl in de driekant en de pen van de rode hendel elkaar bedekken.

De hendel kan aan beide zijden gemonteerd worden. De tegenoverliggende zijde kan met behulp van driekantsleutel TK-M5 als hulpontgrendeling worden gebruikt.

  • Het resetten van de hulpongrendeling door het bedienen van de rode paniekontgrendelingshendel moet door de gebruiker worden uitgesloten.
  • Paniekontgrendeling (-T/-T8)
    Inbouw en bediening uitsluitend in de gevarenzone.

Draai de rode hendel in de richting van de pijl tot aan de aanslag voor een paniekontgrendeling. De veiligheidsuitgangen worden uitgeschakeld en de beschermvoorziening kan geopend worden. De geblokkeerde positie wordt opgeheven door de hendel in tegengestelde richting te draaien. In ontgrendelde positie is de beschermvoorziening beveiligd tegen onbedoelde blokkering.

  • Noodontgrendeling (-N)
    Inbouw en bediening uitsluitend buiten de gevarenzone. De noodontgrendeling mag uitsluitend in noodgevallen gebruikt worden. De veiligheidsvergrendeling moet zodanig geïnstalleerd en/of beveiligd worden, dat een onbedoeld openen van de veiligheidsvergrendeling door de noodontgrendeling vermeden wordt. De noodontgrendeling moet duidelijk een vermelding dragen, dat zij uitsluitend in noodgevallen gebruikt mag worden. Hiertoe kan de meegeleverde zelfklever gebruikt worden.

Draai de rode hendel in de richting van de pijl tot aan de aanslag om een noodontgrendeling uit te voeren. De veiligheidsuitgangen worden uitgeschakeld en de beschermvoorziening kan geopend worden. De hendel is vastgeklikt en kan niet meer teruggedraaid worden. Om de geblokkeerde positie op te heffen, moet de centrale bevestigingsschroef uitgeschroefd worden, totdat de geblokkeerde positie opgeheven wordt. Draai de hendel terug in zijn uitgangspositie en schroef de schroef opnieuw stevig vast.

  • Om een correcte werking van de paniekontgrendeling -T/-T8 en de noodontgrendeling -N te kunnen garanderen mag de veiligheidsdeur zich niet in een mechanisch geklemde toestand bevinden.
  • De combinatie van een paniekontgrendeling en een noodontgrendeling is mogelijk. Hierbij moet men ervoor zorgen dat de tegenoverliggende hendel meedraait wanneer de rode hendel wordt bediend. Op die manier is de hierboven beschreven procedure vereist om de geblokkeerde positie van de noodontgrendelingshendel op te heffen.

3.4 Montage met montageplaat

Voor deuren die bondig met het deurframe sluiten, kan de optionele montageplaat MP-AZ/AZM300-1 gebruikt worden.

3.5 Afmetingen

Alle maten in mm.

AZM300...-T/-T8 of -N
Componenten met paniekontgrendeling of noodontgrendeling

Paniekontgrendeling -T / Noodontgrendeling -N

Paniekontgrendeling -T8

3.6 Bediensleutel en toebehoren

Bediensleutel AZ/AZM300-B1 (niet inbegrepen in de levering)

Montageplaat MP-AZ/AZM300-1 (verkrijgbaar als accessoire)

MS-AZ/AZM300-B1-1 (als toebehoren verkrijgbaar)
Beschermplaat in aluminium als zichtscherm voor gebruik op glazen en kunststofdeuren aan machines met hoge ontwerpeisen.

Spertang SZ 200-1 (verkrijgbaar als accessoire)

Bowdenkabelontgrendeling ACC-AZM300-BOW-.-.M-.M (als toebehoren verkrijgbaar)
De bijkomende instructies van de handleiding van de Bowdenkabelontgrendeling moeten in acht worden genomen.

4 Elektrische aansluiting

4.1 Algemene opmerkingen betreffende de elektrische aansluiting

  • De elektrische aansluiting mag uitsluitend in spanningsloze toestand door gemachtigd en gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden.

De spanningsingangen A1, X1, X2 en IN moeten een bescherming tegen permanente overspanning hebben. Daarom moeten gestabiliseerde voedingen volgens EN 60204-1 gebruikt worden.

De vereiste elektrische kabelbescherming moet in de installatie worden voorzien.

De veiligheidsuitgangen kunnen rechtstreeks opgenomen worden in het veiligheidscircuit van de besturing.

Eisen voor de navolgend geschakelde veiligheidsmodule:
Tweekanalige veiligheidsingang, geschikt voor 2 p-schakelende halfgeleideruitgangen

  • Configuratie veiligheidsbesturing
    Bij aansluiting van de veiligheidssensor aan elektronische veiligheidsmodules raden wij aan, een tijdsvertraging van minstens 100 ms in te stellen. De veiligheidsingangen van de veiligheidsmodule moeten een testimpuls van ca.1 ms kunnen maskeren. De veiligheidsmodule moet niet met een dwarssluitdetectie uitgerust zijn; een eventueel aanwezige dwarssluitdetectie moet uitgeschakeld worden.
  • Meer informatie voor het kiezen van geschikte veiligheidsmodules vindt u in de Schmersal catalogi of in de online catalogus: products.schmersal.com.

4.2 Seriële diagnose -SD

Kabelconfiguratie
De capaciteit van de kabel, die aan een veiligheidsvergrendeling met seriële diagnose aangesloten is, mag niet meer zijn dan 50 nF. Normale onafgeschermde LIYY kabels met een lengte van 30 m en een doorsnede van 0,25 mm² tot 1,5 mm² hebben, afhankelijk van de opbouw, een capaciteit van ongeveer 3 … 7 nF.

  • Bij het bekabelen van SD componenten moet rekening worden gehouden met de spanningsval op de kabels en de stroombelastbaarheid van de individuele componenten.
  • Accessoires voor de serieschakeling
    Voor een comfortabele bekabeling en serieschakeling van SD componenten zijn de SD-verdelers PFB-SD-4M12-SD (variant in gesloten behuizing voor gebruik ter plaatse) en PDM-SD-4CC-SD (variant voor installatie op DIN rail in de schakelkast) en een uitgebreid gamma accessoires verkrijgbaar. Gedetailleerde informatie vindt u op het Internet onder products.schmersal.com.

4.3 Schakelvoorbeelden voor de serieschakeling

Het toepassen van een serieschakeling is mogelijk. Bij een serieschakeling blijft de risicotijd ongewijzigd en verhoogt de reactietijd met de som van de in de technische gegevens opgegeven reactietijd van de ingangen per bijkomend toestel. Het aantal componenten wordt uitsluitend beperkt door de kabelverliezen en door de externe kabelbescherming, volgens de technische gegevens. Een serieschakeling van AZM300...-SD met seriële diagnosefunctie is mogelijk tot een maximum van 31 componenten.

De getoonde toepassingsvoorbeelden zijn voorstellen. De gebruiker moet echter de schakeling en de geschiktheid van het product voor de specifieke toepassing controleren.

Aansluitvoorbeeld 1: Serieschakeling van de AZM300 met conventionele diagnose-uitgang
De spanning wordt in de beide veiligheidsingangen van de laatste veiligheidscomponent van de ketting (gezien vanaf de veiligheidsmodule) gevoed. De veiligheidsuitgangen van de eerste veiligheidscomponent worden op de veiligheidsmodule aangesloten.

Y1 en Y2 = veiligheidsuitgangen → veiligheidsmodule

Aansluitvoorbeeld 2: Serieschakeling AZM300 met seriële diagnosefunctie (max. 31 componenten in serie)
Bij componenten met seriële diagnosefunctie (bestelindex -SD) worden de seriële aansluitingen in serie geschakeld en voor evaluatie op een SD-Gateway aangesloten. De veiligheidsuitgangen van de eerste veiligheidscomponent worden op de veiligheidsmodule aangesloten. De seriële Diagnose Gateway wordt met de seriële diagnose-ingang van de eerste veiligheidscomponent verbonden.

Y1 en Y2 = veiligheidsuitgangen → veiligheidsmodule
SD-IN → Gateway → Fieldbus

4.4 Aansluitconfiguratie en toebehoren aansluitstekker

Functie van het veiligheidscomponentPinconfiguratie van de inbouwstekkerKleurencodes van de Schmersal stekkersMogelijke kleurencode van andere courant verkrijgbare aansluitstekkers Kleurencode van andere courant verkrijgbare aansluitstekkers volgens EN 60947-5-2
 met conventionele diagnose-uitgangmet
seriële diagnose
GRA_PRO_PIN_km12-k8bIP67 / IP69
volgens DIN 47100
IP69
(PVC)
 
A1Ue1WHBNBN
X1Veiligheidsingang 12BNWHWH
A2GND3GNBUBU
Y1Veiligheidsuitgang 14YEBKBK
OUTDiagnose-uitgangSD uitgang5GYGYGY
X2Veiligheidsingang 26PKVTPK
Y2Veiligheidsuitgang 27BURDVT
INMagneetaansturingSD ingang8RDPKOF
Aansluitkabels met koppeling (female) IP67 / IP69, M12, 8-polig - 8 x 0,25 mm² volgens DIN 47100
KabellengteBestelnummer
2,5 m103011415
5,0 m103007358
10,0 m103007359
15,0 m103011414
Aansluitkabels met koppeling (female) IP69K, M12, 8-polig - 8 x 0,21 mm²
KabellengteBestelnummer
5,0 m101210560
5,0 m, haaks101210561
10,0 m103001389
15,0 m103014823

5 Codering van de bediensleutel en instelling van de arrêteerkracht

5.1 Codering van de bediensleutel

Veiligheidsvergrendelingen met standaardcodering zijn bij levering klaar voor gebruik.

Individueel gecodeerde veiligheidsvergrendelingen en bediensleutels worden volgens de onderstaande procedures aan elkaar aangeleerd:

  1. Veiligheidsvergrendeling uitschakelen en opnieuw onder spanning zetten.
  2. Bediensleutel in het detectiebereik brengen. De leerprocedure wordt aan de veiligheidsvergrendeling gesignaleerd, de groene LED is uitgeschakeld, de rode LED brandt, de gele LED knippert (1 Hz).
  3. Na 10 seconden geven korte knipperimpulsen (3 Hz) aan dat de bedrijfsspanning van de veiligheidsschakelaar uitgeschakeld moet worden. (Wordt de spanning niet binnen 5 minuten uitgeschakeld, dan breekt de veiligheidsvergrendeling de leerprocedure af en knippert hij 5 maal rood om een foutieve bediensleutel te signaleren).
  4. Zodra de bedrijfsspanning opnieuw ingeschakeld wordt, moet de bediensleutel opnieuw gedetecteerd worden om de geleerde bediensleutelcode te activeren. De geactiveerde code wordt op die manier definitief opgeslagen.

Bij besteloptie -I1 is de uitgevoerde toewijzing van veiligheidsschakelcomponent en bediensleutel onomkeerbaar.

Bij besteloptie -I2 kan de procedure voor het aanleren van een nieuwe bediensleutel onbegrensd herhaald worden. Bij het aanleren van een nieuwe bediensleutel wordt de op dat ogenblik actieve code ongeldig. Daarnaast garandeert een vrijgaveblokkering van 10 minuten een verhoogde beveiliging tegen manipulatie. De groene LED knippert tot de tijd van de vrijgaveblokkering verstreken is en de nieuwe bediensleutel gedetecteerd is. In geval van een spanningsonderbreking tijdens het verstrijken van de tijd, begint de manipulatiebeveiligingstijd van 10 minuten vanaf nul opnieuw te lopen.

5.2 Instelling van de houdkracht

Voor een juiste werking van het toestel, moet het draaikruis in positie I of II staan als de veiligheidsdeur geopend is. In de tussenposities is het vergrendelen niet mogelijk. De arrêteerkracht kan gewijzigd worden door het draaikruis 180° te draaien.
In positie I bedraagt de arrêteerkracht ongeveer 25 N.
In positie II bedraagt de arrêteerkracht ongeveer 50 N.

6 Werkprincipes en diagnosefuncties

6.1 Aansturing van de magneet

Bij de ruststroomversie van de AZM 300 is de veiligheidsvergrendeling ontgrendeld bij een bedrijfsmatige "set" van het IN signaal (= 24V). Bij de arbeidsstroomversie van de AZM 300 is de veiligheidsvergrendeling vergrendeld bij een bedrijfsmatige "set" van het IN signaal (= 24V).

6.2 Werkingsprincipe van de veiligheidsuitgangen:

Bij de versie AZM 300Z leidt het ontgrendelen van de veiligheidsvergrendeling tot de uitschakeling van de veiligheidsuitgangen. Zolang de bediensleutel in de veiligheidsvergrendeling AZM 300Z ingevoerd blijft, kan de ontgrendelde beschermvoorziening opnieuw vergrendeld worden; in dat geval worden de veiligheidsuitgangen opnieuw ingeschakeld.
De veiligheidsdeur hoeft daarbij niet geopend te worden.
Bij de variante AZM300B veroorzaakt het openen van de beschermvoorziening de uitschakeling van de veiligheidsuitgangen.

6.3 Diagnose-LED's

Via een driekleurige LED worden status maar ook storingen van de veiligheidsvergrendeling weergegeven.

green (Power)Supply voltage on
yellow (Status)Operating condition
red (Fault)Error (see table 2: Error messages / flash codes red diagnostic LED)

6.4 Veiligheidsvergrendeling met conventionele diagnose-uitgang

De kortsluitvaste diagnose-uitgang OUT kan voor centrale visualisatie- of besturingstaken gebruikt worden, bijvoorbeeld in een PLC.

De diagnose-uitgang is geen veiligheidsrelevante uitgang!

Fout
Storingen waardoor de veilige werking van de veiligheidsschakelcomponent niet langer gewaarborgd is (interne storingen), leiden tot de uitschakeling van de veiligheidsuitgangen binnen de risicotijd. Na het elimineren van de fout wordt de foutmelding gereset door het openen en opnieuw sluiten van de bijbehorende veiligheidsdeur.

Foutwaarschuwing
Een storing die de veilige werking van de veiligheidsschakelcomponent niet onmiddellijk in gevaar brengt (bijv. te hoge omgevingstemperatuur, externe potentiaal aan veiligheidsuitgang, dwarssluiting) leidt tot een vertraagde uitschakeling (zie Tabel 2). Deze signaalcombinatie "diagnose-uitgang uitgeschakeld" en "veiligheidsuitgangen nog altijd ingeschakeld" kan gebruikt worden om de machine op een gecontroleerde manier te stoppen.
Een foutwaarschuwing wordt verwijderd als de fout-oorzaak opgeheven wordt.
Als de foutwaarschuwing 30 minuten actief is, worden ook de veiligheidsuitgangen uitgeschakeld (rode LED knippert, zie Tabel 2).

Gedrag van de diagnose-uitgang in het voorbeeld van een vergrendeling met ruststroomprincipe

Ingangssignaal magneetaansturing

Normale afloop, deur werd vergrendeld

Deur kon niet vergrendeld worden of storing

Legende
 GRA_CLI_kt-syc01Deur geopend GRA_CLI_kt-syc02Deur gesloten GRA_CLI_kt-syc06Vergrendeltijd
 GRA_CLI_kt-syc05Deur niet vergrendeld of fout GRA_CLI_kt-syc03Deur vergrendeld  
 GRA_CLI_ksym-c77Vergrendelen GRA_CLI_ksym-c76Ontgrendeling  

Evaluatie diagnose-uitgang

DIA_PRO_CUR_kazm3d01-01

 

Ruststroom: IN = 0 = vergrendelen

 DIA_PRO_CUR_kazm3d01-02Deur kan vergrendeld worden
 DIA_PRO_CUR_kazm3d01-03Deur is vergrendeld

 

Arbeidsstroom: IN = 1 = vergrendelen

 DIA_PRO_CUR_kazm3d01-04Deur kan vergrendeld worden
 DIA_PRO_CUR_kazm3d01-05Deur is vergrendeld
Tabel 1: Diagnose-informatie van de veiligheidsschakelcomponent
Toestand van het systeem Magneetaansturing INLEDVeiligheidsuitgang Y1, Y2Diagnoseuitgang OUT
RuststroomArbeidsstroomgroenroodgeelAZM300ZAZM300B 
Deur open24 V (0 V)0 V (24 V)aanuituit0 V0 V0 V
Deur gesloten, niet vergrendeld24 V0 Vaanuitknippert0 V24 V24 V
Deur gesloten, vergrendelen niet mogelijk0 V24 Vaanuitknippert0 V24 V0 V
Deur gesloten, en vergrendeld0 V24 Vaanuitaan24 V24 V24 V
Foutwaarschuwing1)0 V24 Vaanknippert2)aan24 V1)24 V1)0 V
Fout0 V (24 V)24 V (0 V)aanknippert2)uit0 V0 V0 V
Geen ingangssignaal op X1 en/of X20 V (24 V)24 V (0 V)knippertuituit0 V0 V0 V
Geen ingangssignaal op X1 en/of X20 V (24 V)24 V (0 V)knippertuitaan/knippert0 V0 V24 V
Extra bij uitvoering I1/I2:
Aanleren bediensleutel gestart  uituitknippert0 V0 V0 V
Alleen I2: leerproces bediensleutel (vrijgaveblokkering)  knippertuitaan0 V0 V0 V

1) ) na 30 min: uitschakeling wegens fout
2)) zie impulscodes
Tabel 2: Foutmeldingen / Impulscodes rode diagnose-LED
Impulscodes (rood)Benamingautonome uitschakeling naFoutoorzaak
1 impulsFout(waarschuwing) aan uitgang Y130 minFout in uitgangstest of spanning aan uitgang Y1, hoewel de uitgang uitgeschakeld is
2 impulsenFout(waarschuwing) aan uitgang Y230 minFout in uitgangstest of spanning aan uitgang Y2, hoewel de uitgang uitgeschakeld is
3 impulsenFout(waarschuwing) dwarssluiting30 minDwarssluiting tussen de uitgangskabels of fout aan de beide uitgangen
4 impulsenFout(waarschuwing) temperatuur te hoog30 minDe temperatuurmeting toont een te hoge interne temperatuur
5 impulsenFout Bediensleutel0 minFoutieve of defecte bediensleutel, beugelbreuk
6 impulsenFout draaikruis0 minDraaikruis in ongeoorloofde tussenpositie'
continu rood signaalInterne fout0 minToestel defect

6.5 Veiligheidsvergrendeling met seriële diagnosefunctie SD

Veiligheidsvergrendelingen met een kabel voor seriële diagnose bezitten een seriële ingangs- en uitgangskabel in plaats van de conventionele diagnose-uitgang. Bij de serieschakeling van veiligheidsvergrendelingen worden de diagnostische gegevens via de serieschakeling van deze ingangs- en uitgangskabels overgedragen.

Maximaal 31 veiligheidsdvergrendelingen kunnen in serie geschakeld worden. Voor de evaluatie van de seriële diagnose wordt de PROFIBUS Gateway SD-I-DP-V0-2 of de Universal Gateway SD-I-U-... gebruikt. Deze interface voor seriële diagnose wordt als slave geïntegreerd in een bestaand veldbussysteem. De diagnosesignalen kunnen op die manier via een PLC geëvalueerd worden.

De nodige software voor de integratie van de SD Gateway kan via products.schmersal.com gedownload worden.

De responsedata en de diagnosegegevens worden voor iedere veiligheidsvergrendeling in de keten automatisch en permanent in een ingangsbyte van de PLC geschreven. De oproepgegevens voor iedere veiligheidsvergrendeling worden telkens via een uitgangsbyte van de PLC aan de component overgedragen. Als er een communicatiefout tussen de SD-gateway en de veiligheidsvergrendeling optreedt, dan behoudt de veiligheidsvergrendeling haar schakeltoestand.

Fout
Storingen waardoor de veilige werking van de veiligheidsschakelcomponent niet langer gewaarborgd is (interne storingen), leiden tot de uitschakeling van de veiligheidsuitgangen binnen de risicotijd. De fout wordt gereset, als de oorzaak wegvalt en bit 7 van de oproepbyte van 1 in 0 wijzigt of de deur geopend wordt. Storingen aan de veiligheidsuitgangen worden pas na de volgende vrijgave gewist, omdat de foutoplossing niet eerder gedetecteerd kan worden.

Foutwaarschuwing
Een storing die de veilige werking van de veiligheidsschakelcomponent niet onmiddellijk in gevaar brengt (bijv. te hoge omgevingstemperatuur, externe potentiaal aan veiligheidsuitgang, dwarssluiting) leidt tot een vertraagde uitschakeling (zie Tabel 2). Deze signaalcombinatie "diagnose-uitgang uitgeschakeld" en "veiligheidsuitgangen nog altijd ingeschakeld" kan gebruikt worden om de machine op een gecontroleerde manier te stoppen.
Een foutwaarschuwing wordt verwijderd als de fout-oorzaak opgeheven wordt.
Als de foutwaarschuwing 30 minuten actief is, worden ook de veiligheidsuitgangen uitgeschakeld (rode LED knippert, zie Tabel 2).

Diagnose fout (waarschuwing)
Van iedere storing die in de antwoordbyte gemeld wordt, kan uitgebreide foutinformatie uitgelezen worden.

Tabel 3: I/O gegevens en diagnosegegevens
(De beschreven toestand is bereikt als bit = 1)
Bitnr.CommandobyteAntwoordbyteDiagnose foutwaarschuwingDiagnose storing
Bit 0:Magneet in, onafhankelijk van arbeids- of ruststroomprincipeVeiligheidsuitgang ingeschakeldStoring uitgang Y1Storing uitgang Y1
Bit 1:---Afscherming gesloten EN vergrendelen/ontgrendelen mogelijk 1)Storing uitgang Y2Storing uitgang Y2
Bit 2:---Bediensleutel gedetecteerd en vergrendeldDwarssluitingDwarssluiting
Bit 3:------Temperatuur te hoogTemperatuur te hoog
Bit 4:---Toestand ingang X1 en X2---Foutieve of defecte bediensleutel, beugelbreuk
Bit 5:---Geldige bediensleutel gedetecteerdInterne storingInterne storing
Bit 6:---Foutwaarschuwing  2)Communicatiefout tussen de veldbus gateway en de veiligheidsvergrendeling---
Bit 7:FehlerquittierungStoring (vrijgavecontact uitgeschakeld)Draaikruis in ongeoorloofde tussenpositieDraaikruis in ongeoorloofde tussenpositie
1) De voorafgaande diagnosemelding door bit 1 geeft aan, of het vergrendelen of ontgrendelen van de beschermvoorziening mogelijk is.De veiligheidsvergrendeling kan niet ontgrendeld worden, bijvoorbeeld als de deur, boven de ingestelde arrêteerkracht uit, het draaikruis uit zijn rustpositie trekt. Dit kan zich voordoen bij sterk klemmende deuren of als er aan de deur getrokken wordt. De veiligheidsvergrendeling kan alleen vergrendeld worden, als het draaikruis zich in rustpositie bevindt, d.w.z. als de arrêteerkracht volstaat om de beschermvoorziening in de juiste positie te trekken.
2) na 30 min -> fout

7 Gebruik en onderhoud

De veiligheidsfunctie van de veiligheidsschakelaar moet getest worden. Bij een correcte installatie en doelmatig gebruik vereist de veiligheidscomponent geen onderhoud. Wij raden een regelmatige visuele inspectie en functietest aan, inclusief de volgende stappen:

  1. De veiligheidsvergrendeling en bedien sleutel op juiste bevestiging controleren.
  2. Controle van de max. afwijking van bediensleutel en veiligheidsvergrendeling.
  3. Controle van de max. hoekafwijking (zie hoofdstuk Montage).
  4. Intactheid van de kabelaansluitingen.
  5. Eventuele schade aan de behuizing van de schakelaar.
  6. Verwijdering van stof en vuil
  7. Voor de varianten met paniekontgrendeling en noodontgrendeling moet bovendien het volgende in acht genomen worden:
    - Bij varianten met paniekontgrendeling moet het mogelijk zijn de veiligheidsdeur van binnen uit te openen; het mag niet mogelijk zijn de veiilgheidsdeur van binnen uit te vergrendelen.
    - Het moet mogelijk zijn de veiligheidsdeur te openen door de noodontgrendelingshendel van buiten de gevarenzone te bedienen.
  • Tijdens alle bedrijfsmatige levensfasen van de veiligheidsschakelcomponent moeten constructief en organisatorisch geschikte maatregelen voor de manipulatiebeveiliging of tegen het manipuleren van de veiligheidsvoorziening, bijvoorbeeld door het gebruik van een vervangende bediensleutel, getroffen worden.
  • Beschadigde of defecte componenten moeten onmiddellijk vervangen worden.

8 Demontage en afvalverwijdering

8.1 Demontage

De veiligheidsschakelaar mag uitsluitend in spanningsloze toestand gedemonteerd worden.

8.2 Afvalverwijdering

  • Het veiligheidscomponent moet op een correcte manier volgens de geldende nationale voorschriften en wetgevingen afgevoerd worden.
EU Declaration of Conformity LOG_COM_lo1de01s
Original



K.A. Schmersal GmbH & Co. KG
Möddinghofe 30
42279 Wuppertal
Germany
Internet: www.schmersal.com
Declaration:We hereby certify that the hereafter described components both in their basic design and construction conform to the applicable European Directives.
Name of the component:AZM300
Type:See ordering code
Description of the component:Interlocking device with electromagnetic interlock for safety functions
Relevant Directives:Machinery Directive2006/42/EG
 RED-Directive2014/53/EU
 RoHS-Directive2011/65/EU
Aplied standards:EN 60947-5-3:2013
ISO 14119:2013
EN 300 330 V2.1.1:2017
EN ISO 13849-1:2015
EN 61508 Part 1-7:2010
Notified body for the prototype test:TÜV Rheinland Industrie Service GmbH
Am Grauen Stein, 51105 Köln
ID n°: 0035
EC-prototype test certificate:01/205.5281.03/20
Person authorised for the compilation of the technical documentation:Oliver Wacker
Möddinghofe 30
42279 Wuppertal
Place and date of issue:Wuppertal, Frebruary 18, 2021
GRA_SIG_ksig-y24
 Authorised signature
Philip Schmersal
Managing Director
UK Declaration of Conformity LOG_COM_lo1de01s
Company:K.A. Schmersal GmbH & Co. KG
Möddinghofe 30
42279 Wuppertal
Germany
Internet: www.schmersal.com

 

Declaration:We hereby, under sole responsibility, certify that the hereafter described components both in their basic design and construction conform to the relevant statutory requirements, regulations and designated standards of the United Kingdom.

Name of the component:AZM300
Type:See ordering code
Description of the component:Interlocking device with electromagnetic interlock for safety functions
Relevant legislation:Supply of Machinery (Safety) Regulations2008
 Radio Equipment Regulations2017
 The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulation2012
Designated standards:



EN 60947-5-3:2013
ISO 14119:2013
EN 300 330 V2.1.1:2017
EN ISO 13849-1:2015
EN 61508 parts 1-7:2010
Approved body for Type Examination:TÜV Rheinland UK Ltd.
1011 Stratford Road
Solihull, B90 4BN
ID: 2571
Type examination certificate:01/205U/5281.00/21
UK-Importer
Person authorised for the compilation of the technical documentation:



Schmersal UK Ltd.
Paul Kenney
Unit 1, Sparrowhawk Close
Enigma Business Park
Malvern, Worcestershire, WR14 1GL
Place and date of issue:Wuppertal, November 16, 2021
 GRA_SIG_ksig-y24
 Authorised signature
Philip Schmersal
Managing Director

Schmersal Belgium, Nieuwlandlaan 73, 3200 Aarschot

De genoemde gegevens en informatie zijn zorgvuldig gecontroleerd. Afbeeldingen kunnen afwijken van het origineel. Verdere technische gegevens zijn te vinden in de handleiding. Technische wijzigingen en fouten voorbehouden.

Gegenereerd op 27/01/2023 20:27